foto: Merlijn Doomernik 

 foto: Bart Burghgraef 


 foto: Peter Wouters

Petra Stienen

Petra Stienen schrijft voor verschillende media, waaronder het NRC Handelsblad, de Volkskrant en Dagblad de Limburger. 

Fotografie Bart Burghgraef

Foto: Bart Burghgraef

Onderwerpen

Tussen tiran en terrorist? Modern leiderschap in het Midden-Oosten

5 februari 2016 - Artikel voor de Bilderbergconferentie 2016

In het Midden-Oosten is er nog een lange weg te gaan voordat er stabiliteit én een rechtvaardige samenleving is voor alle burgers. De vraag voor de komende tijd zal zijn, hoeveel ruimte er is voor de tussenweg, tussen tiran en terrorist. De tussenweg van de dialoog die mensen van verschillende achtergronden insluit in plaats van uitsluit.

Een jonge vrouw kijkt ondeugend naar het publiek bij het Oslo Freedom Forum. ‘Welke staat in het Midden-Oosten heeft een leider van 43, geen visaverplichtingen, een decentrale overheid, een bevolking van gemiddeld 30, en Frans als de tweede taal?’ Het publiek denkt het te weten, immers de invloedrijke mensenrechtenactiviste Amira Yahyaoui komt uit Tunesië, dus zij heeft het vast over haar eigen land. Haar antwoord is verrassend, ‘Het is de Islamitische Staat (IS), de staat met meer dan 80 nationaliteiten, waar vrouwen geen toestemming nodig hebben van hun vader om politiek actief te zijn en de jeugd in tegenstelling tot de rest van de Arabische wereld wel de toekomst heeft.’ 

In de rest van Yahyaoui’s verhaal klinkt grote afkeer door over het barbaarse karakter van IS. Haar cynisme komt voort uit het gevoel van teleurstelling dat ik herken bij activisten in de hele Arabische wereld. Vijf jaar geleden hadden zij even de hoop dat er wel een nieuwe toekomst voor de jonge bevolking van de Arabische wereld was. Nadat de Tunesische straatverkoper Mohammed Bouazizi zich op 16 december 2010 in brand had gestoken uit frustratie met de corrupte politie en overheid, braken in de maanden daarna in bijna alle Arabische landen revoluties uit. 

De afgelopen decennia was er alleen een hoopvolle toekomst voor conservatieve moslimmannen van respectabele leeftijd met goede contacten met de politieke en militaire macht. Maar de meeste jongeren, vrouwen, en religieuze of etnische minderheden zoals christenen en koerden werden buiten gesloten en hadden geen toegang tot goed onderwijs, de arbeidsmarkt of invloedrijke politieke en zakelijke posities. En als de Europese Unie, de VS of de VN al kritiek hadden op de ernstige mensenrechtenschendingen dan was het mantra van dictators zoals de Egyptische president Mubarak of de Syrische leider Assad: wij garanderen met harde hand stabiliteit, ook al gaat dat ten koste van mensenrechten, maar anders krijgen jullie mannen met baarden in onze paleizen. Of: jullie willen toch toegang tot olie en jullie handel en wapens verkopen? Dan kun je ook maar beter zaken doen met ons. 

Leiderloze revoluties

In het voorjaar van 2011 stortte de muur van angst voor de dictator in. Overal in Tunis, Cairo, Daraa, Damascus, Bahrain, Sanaa stonden mensen op pleinen en in straten met de eis: geef ons waardigheid (Karama), geef ons rechtvaardigheid (Al-Adala) geef ons vrijheid (Huriya). En overal klonk: Yasqut alNizam, het regime moet vallen. De leiderloze revoluties waren geboren. De slogan was: ‘de macht van de mensen is sterker dan die van de mensen met macht.’ Het collectief zou voor een nieuw begin zorgen. Het westen reageerde enthousiast, bijna elke minister van Buitenlandse Zaken, van de hoge EU vertegenwoordiger voor buitenlands beleid Catherine Ashton tot Hillary Clinton liet zich met de jongeren fotograferen op het Egyptische Tahrirplein. Er kwam extra geld beschikbaar in het Europees Nabuurschapsbeleid gericht op democratische en economische hervormingen.

En Europese leiders buitelden over elkaar heen om te zeggen, ‘we moeten onze les leren en niet langer meer de dictators steunen die hun eigen volk onderdrukken maar beter luisteren naar de andere stemmen en krachten in de samenleving.’ Er werd zelfs gesproken van een nieuw ‘Mare Nostrum’, de Middellandse Zee als gezamenlijk binnenmeer voor een welvarende regio. De euforie was compleet. Toch hing ook in de lucht dat die steun niet lang zou aanhouden als er niet meteen tastbare resultaten kwamen waar het westen ook iets aan had.

In september 2011 woonde ik een lezing van Esraa Abdelfatah bij, een jonge lerares uit Egypte die wereldfaam had gekregen als the Facebookgirl omdat ze via haar facebookpagina had bijgedragen aan de mobilisatie van steun voor stakingen in Egypte en later aan de oprichting van de 6 april revolutionaire beweging.2 Zij zag de bui al hangen. ‘Dames en Heren, wij hebben de steun van Europa niet nodig in goede tijden, die ontvangen we graag in slechte tijden.’

En die slechte tijden kwamen sneller dan gedacht. De jonge revolutionairen hadden geen antwoord toen de erfenis van decennia van dictatuur duidelijk werd. Jarenlange corruptie en falend bestuur hadden gezorgd voor een in elkaar stortende infrastructuur, overvolle klaslokalen, slecht functionerende gezondheidszorg en ziekenhuizen en hoge werkloosheid onder de jeugd die in veel landen meer dan 50% van de bevolking uitmaakt. Dit wilden de revolutionairen niet langer. Maar wat wilden ze wel?  

Gebrek aan leiderschap

Al snel speelde het totale gebrek aan richting en leiderschap van de revoluties op. In Egypte sprong de moslimbroederschap in dit vacuüm, hun leiders hadden zich al lang voorbereid op dit moment. In het Westen ebde het eerste enthousiasme over de Arabische revoluties helemaal weg toen in Egypte de Moslimbroeders via de eerste relatief vrije parlementsverkiezingen aan de macht kwamen. De twijfel groeide met de dag of zij wel het beste voor hadden met Egypte en betrouwbare partners konden zijn voor de EU. Daarnaast werd de revolutie in Syrië steeds gewelddadiger als reactie op de brute wijze waarop Assad zijn eigen bevolking klein probeerde te houden. Islamistische extremistische groeperingen wonnen terrein. Ook in landen als Libië en Jemen ontstond steeds meer chaos en nam het geweld toe.

De EU heeft dit niet kunnen voorkomen. De gevestigde belangen van de oude garde bleken te diep verankerd. De critici van het overmatige enthousiasme hadden er al voor gewaarschuwd, elke revolutie eet zijn eigen kinderen op. Veel van de jonge revolutionairen en activisten van het eerste uur zitten in de gevangenis, zijn vermist of zijn vermoord door het eigen regime of islamitische extremisten. Sociale rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid lijken nog steeds onbereikbare dromen. En de bevolking roept om een sterke man die een einde maakt aan de chaos. Het verlangen naar de stabiliteit van het verleden is groter dan verlangen naar verandering. Ook de EU en de VS kiezen eieren voor hun geld, en kiezen weer voor een beleid dat het beter is om zaken te doen met de ‘bekende duivel’ dan ‘onbekende duivels’ omdat die in elk geval voor stabiliteit zorgen en samen met het westen terroristen bestrijden.

Vijf jaar na de revoluties van 2011 lijken er nog maar twee smaken te bestaan in de regio: aan de ene kant het autoritair nationalisme van de Egyptische president Sisi die net als zijn voorganger Mubarak zegt: stabiliteit met mij of chaos met de terrorist. Aan de andere kant zien we het religieus extremisme van groepen zoals IS die een kalifaat willen stichten met een apocalyptische visie op het einde van de tijden. Nu zouden we kunnen zeggen, wat maakt het ons uit. Maar inmiddels is duidelijk door de vluchtelingeninstroom, aanslagen in steden als Brussel en Parijs en betrokkenheid bij de oorlog tegen IS, dat de ontwikkelingen aan de andere kant van de Middellandse Zee ons direct aangaan, al is het maar omdat heel veel mensen in Europa zich direct verbonden voelen met die Arabische regio vanwege hun persoonlijke geschiedenis. 

De weg van het midden

Dus is het van belang voor Europa en Nederland op welke wijze leiders in het Midden-Oosten zich inzetten voor de ambities van hun veelal jonge bevolking om een menswaardig bestaan te leiden. Want als dat niet gebeurt is de kans op nog grotere vluchtelingenstromen en instabiliteit aan de zuidkant van de Middellandse Zee alleen maar groter. De vraag is of er voorbeelden zijn van leiders die durven te hervormen en niet alleen de belangen van de oude garde te garanderen. Zeg maar, de weg van het midden? Als we in vogelvlucht naar een aantal soorten leiderschap kijken, is er zeker meer verscheidenheid dan de tweedeling tiran-terrorist. Zo blijken de koningen in de regio redelijk in staat geweest te zijn om via tijdige hervormingen een hernieuwd sociaal contract af te sluiten met hun bevolking. Dat zien we in Marokko onder Koning Mohammad VI, en in het Jordanië van Koning Abdallah maar ook bij de Emirs in sommige Golfstaten zoals in Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. Zelfs in Saoedi-Arabië worden mondjesmaat hervormingen doorgevoerd zodat ook vrouwen meer kunnen deelnemen aan de samenleving. Maar stemmen van onvrede en kritiek worden nog steeds op harde wijze aangepakt. In Saoedi-Arabië, de bondgenoot van het westen in de strijd tegen IS, vinden wekelijks onthoofdingen en ophangingen plaats.

Na de revoluties van 2011 was er even hoop dat er een soort van ‘moslimdemocraten’ zouden kunnen opstaan die die weg van het midden zouden kunnen bewandelen. Grote delen van de bevolking in de regio hebben nog steeds de islam als belangrijke morele kompas voor hun leven. President Morsi van Egypte hield die middenweg alleen niet lang vol. Hij nam klakkeloos de aanpak van de dictator Mubarak over, inclusief het bevoorrechten van zijn eigen kliek. Tegelijkertijd probeerde hij allerlei instituten van binnen uit te islamiseren op basis van het moslimbroederschapmodel dat geen tegenspraak duldde. Nadat hij in juli 2013 via een machtsovername door Sisi samen met vele van zijn aanhangers is gevangen gezet, is er nauwelijks ruimte meer voor uitingen van politieke islam in Egypte. De aanhangers van de Moslimbroederschap accepteren dat niet en ze voeren een onderhuidse strijd die af en toe oplaait door aanslagen in heel Egypte. Maar voorlopig voelt Sisi zich gesteund door de VS en de EU die zijn keuze voor harde aanpak om stabiliteit te houden meer in eigen belang vinden dan voortdurende onrust.  

De vrees van vele analisten is dat deze aanpak van president Sisi op termijn meer ruimte gaat geven aan aanhangers van jihadistische groeperingen in Egypte. Inmiddels zijn zij al heel actief in de Sinaï, het schiereiland tussen Egypte en Israël. Tijdens de eerste twee jaar van de Arabische revoluties leek het alsof types als de leiders van AlQaeda zoals Osama bin Laden en Ayman Al-Zawahiri niet meer populair waren. De teleurstelling in het uitblijven van een echte oplossing voor Syrië, de uitsluiting van Sunnis in Irak door de Shi’itische minderheidsregering waren mede aanleiding voor de opkomst van een nieuwe jihadistische leider, Abu Bakr al-Baghdadi uit Irak, de huidige leider van de Islamitische Staat en het zogenaamde IS kalifaat. Zijn levensverhaal leest als een Hollywoodfilm. De voormalige VS gevangene heeft de steun van een groep voormalige Baath partijbonzen, geheime dienst generaals en corrupte zakenmannen. Ook krijgt de organisatie financiële steun vanuit diverse Golfstaten. De aantrekkingskracht van al-Baghdadi en zijn Islamitische Staat strekt ook uit naar Europa, inmiddels zijn zeker zo’n 6000 Europeanen vertrokken naar Syrië en Irak om mee te doen aan de jihad.

Naast deze klassieke leiders aan het hoofd van een staat of groepering moeten we het belang van leiderschap van de zakenwereld in het Midden- Oosten niet onderschatten. Zij hebben alle belang bij een open, stabiel en transparant investeringsklimaat. Daarvoor zoeken ze ook steun bij Europese ondernemers waarvan ze hopen dat zij durven te investeren in de toekomst van de Midden-Oosten regio. De Egyptische Sawaris familie heeft een enorme reputatie opgebouwd via hun internationale bedrijf Orascom dat in de telecom, bouwwereld en horeca zit. Opvallend genoeg zijn er in de Golfstaten een paar invloedrijke zakenvrouwen zoals de Saoedische Lubna Olayan, CEO van een financieel bedrijf, die al jaren voorkomt in lijstjes van meest invloedrijke mensen wereldwijd.

Ook in de culturele creatieve sector zijn de afgelopen jaren nieuwe leiders opgestaan. Van rapmuziek, tot graffiti, fotografen, filmmakers, dans, theater, literatuur, overal van Egypte tot Abu Dhabi is er een culturele opleving ondanks voortdurende tegenstand uit politieke en religieus conservatieve kringen. De Egyptische Basma El Husseiny, al decennia lang een leider op het gebied van cultureel ondernemerschap, richtte onlangs Action for Hope op, een organisatie die zich met culturele noodhulp in vluchtelingengemeenschappen inzet. Voor haar is cultuur meer dan zuurstof, het is een basisvoorwaarde voor gedeelde menselijkheid. Tegelijkertijd zien we dat bij de leiders van mensenrechtenorganisaties de moraal erg laag is. Zij hebben door strenge wetten niet of nauwelijks ruimte om actief te zijn en een alternatief te laten zien voor die tiran of terrorist. Bovendien voelen zij zich in de steek gelaten door het westen.

Op het moment dat de somberheid over het gebrek aan inspirerend verbindend leiderschap in het Midden-Oosten overal de boventoon voert, komt er in het najaar van 2015 ineens een bericht over Tunesië waar weer enige hoop in zit. Het land heeft na de val van de dictatuur van Ben Ali aan de rand van een burgeroorlog gestaan. IS en anderen pleegden aanslagen op toeristische doelen, burgers, activisten en politici. Tunesië is ook hofleverancier van jihadstrijders in Syrië. Tegelijkertijd koos het Tunesische Nationaal Dialoog Kwartet voor een aanpak van dialoog, de middenweg is tussen de keuze voor de tiran of de terrorist. Het Kwartet bracht vertegenwoordigers van vakbonden, mensenrechtenorganisaties, advocatuur en de zakenwereld bij elkaar om een dialoog te bewerkstelligen tussen de islamistische Nahda partij en de oppositiepartij Nida Tunis. Hiermee redden zij het democratische proces en dit leidde tot de verkiezingen eind 2014. Hiervoor kreeg het Kwartet in december 2015 de Nobelprijs voor de vrede. 

Roep om inclusief leiderschap

Het Tunesische model heeft wel iets weg van de polderaanpak in de Nederlandse politiek en kan ons zeker ook inspireren als het gaat om leiderschap in roerige tijden van polarisatie van groepen in de samenleving. Want net als in het Midden-Oosten ligt in Nederland en Europa ook de vraag voor of de gevestigde orde inclusiever kan zijn zodat het talent van jongeren, vrouwen, religieuze en etnische minderheden mag schitteren in onze samenleving. Die vraag zal alleen maar pregnanter worden bij de integratie van de nieuwe stroom vluchtelingen in ons land. Hoe creëer je ruimte voor andere meningen, hoe blijft de rechtstaat in stand in tijden van grote nadruk op veiligheid en hoe ga je relaties aan met mensen die je politieke tegenstanders zijn, maar die je wel nodig hebt. Die roep om inclusief leiderschap ligt niet alleen bij de politiek, maar ook bij actoren in het bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en culturele instellingen. Dat geldt binnen landen maar ook in de relatie met andere landen. Wellicht kan het bedrijfsleven samen met de overheid een ‘deltaplan’ maken om beter gebruik te maken van het talent van vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Als zij dan op termijn toch weer terug gaan naar hun eigen land zal dat als ambassadeurs van Nederland zijn en kunnen zij nieuwe zakenpartners worden voor het Nederlandse bedrijfsleven.

In het Midden-Oosten is er nog een lange weg te gaan voordat er stabiliteit én een rechtvaardige samenleving is voor alle burgers. Wel is duidelijk dat het leiderschap van de tiran dat jongeren, minderheden en vrouwen uitsluit die droom niet dichterbij zal brengen. Ook leiderschap van de terrorist met een apocalyptische visie op de werkelijkheid is slechts voor een heel klein deel van de bevolking aantrekkelijk. De vraag voor de komende tijd zal zijn, hoeveel ruimte is er voor de tussenweg, die van de dialoog die mensen van verschillende achtergronden insluit in plaats van uitsluit. Hopelijk inspireert het goede voorbeeld van het leiderschap van het Tunesische Nationaal Dialoog Kwartet anderen ook buiten Tunesië en het Midden-Oosten om voor deze weg te kiezen.  

Bilderbergconferentie 2016

Dit artikel is geschreven als bijdrage aan de uitgave Onze wereld uitgedaagd, welke rol speelt de ondernemer voor de Bilderbergconferentie 2016, die plaats vond op 5 en 6 februari. 

Welke rol speelt de ondernemer? Volstaan onze manieren van werken, van afspraken maken en van samenleven volgens de geijkte patronen nog? In dit boekje geven wetenschappers, ondernemers, schrijvers, politici en vernieuwers hun zienswijze. De bijdragen zijn zeer uiteenlopend en bieden verschillende perspectieven. Ondernemers kunnen het verschil maken door nieuwe vormen van samenwerking aan te gaan, kennis en kunde te delen en bij te dragen aan duurzame groei en meer inclusief denken.

Download hier het boek.

Artikelen

Archief

Raadpleeg het archief voor oudere artikelen en uitzendingen